Zondag 9 februari * 6e zondag van Epifanie

Exodus 1 en Mattheus 5:13-16

door ds. Henk Haandrikman

Lied 276: 1 en 2
Psalm 67: 1 en 2
Kyrie en Gloria: 299c

Exodus, zo heet het tweede boek van Mozes in onze traditie. In de Joodse traditie heet het Sjemoth – namen. Want zo begint het: dit zijn de namen.
Namen spelen een bijzondere rol in dit boek. De een heeft wel een naam de ander niet, De een maakt naam de ander niet. Wat mag naam hebben?
Wat is de kracht van een naam. We worden er een beetje vreemd nu bij bepaald nu de eerste storm met een naam vandaag over ons land trekt en meteen lijkt die storm alleen al door een naam te hebben krachtiger te zijn.
Exodus is een actueel boek. Het vertelt over politiek, samenleven, en de principes op grond waarvan dit volk een eenheid wordt: rechtvaardigheid, vrijheid en de toepassing van het recht, evenals de heiligheid van het leven en menselijke waardigheid. In het hart van Exodus staat een monumentale gebeurtenis, de verbondssluiting bij de berg Sinaï. Daar vindt de belangrijkste gebeurtenis uit de joodse traditie plaats: God verbindt zich aan een volk en het volk verbindt zich aan God.
Exodus gaat over grote thema’s: burgerlijke ongehoorzaamheid, leiderschap, keuzevrijheid, het belang van goede scholing met het oog op een vrije samenleving, het loslaten van haatgevoelens, conflictbemiddeling, het belang van vrijheid, het helpen van de vijand, abortus, het liefhebben van de vreemdeling, de essentie van broederschap, de sabbat als tegengif tegen de consumentencultuur, integriteit in het publieke leven, bouwen aan een inclusieve samenleving.
Exodus – altijd weer actueel. Spannende kost.

Exodus 1

Lied 995

Mattheus 5:13-16
acclamatie: 339a

Lied 838: 1 en 3

Preek

In een gezelschap waar ze je niet kennen kom je er niet altijd direct voor uit dat je gelovig bent. Het komt ook niet automatisch ter sprake en, tenzij je gedreven bent door een soort evangelisatiedrang, kom je er zelf toch ook niet zomaar mee op de proppen? Wie was het ook al weer die zei dat ze haar geloof iets zo intiems vond dat ze nog eerder over haar seksleven zou vertellen.
Eén van de eerste vragen die in een dergelijk gezelschap wordt gesteld is: “Wat doe je?” Tja, als je dominee bent dan gaat het geloofsdoek wel meteen open.
Dan kan het gesprek stil vallen – de beroemde dominee die voorbij gaat-, maar meestal ontstaat er een gesprek. Je bent een vreemde eend in de bijt en dat betekent een ander geluid.
Vaak zijn het interessante en goede gesprekken, als mensen wat voorbij allerlei vooroordelen kunnen kijken en oprecht belangstellend zijn naar het waarom en hoe en niet zelden zit er ook nog een pastoraal staartje aan.
Toch gebeurt het ook dat het niet zozeer een gesprek wordt maar een discussie. Dan komen meningen tegenover elkaar te staan en voor je het weet word je in een verdedigende rol gedrongen of je kruipt zelf in die rol. Dat kan over van alles gaan. Het is me nu al overkomen dat ik nogal fel werd aangesproken op de vermenging van klimaat en geloof. De zogenaamde tegenstelling tussen schepping en evolutie komt regelmatig ter sprake; de uitroep: “hoe kan er een god bestaan als je ziet wat er allemaal gebeurt. En ook nogal eens, dat net als de Koran, de Bijbel ook een boek is vol geboden en verboden opgesteld door mannen. om de vrouwen er onder te houden. In de hele bijbel is het ‘a man’s world’, een mannenmaatschappij, macho’s en machthebbers! Nou is de Bijbel inderdaad een mannenboek. Er zijn wel aanwijzingen dat sommige gedeeltes door vrouwen geschreven zijn maar dan nog is het overgrote deel geschreven door mannen en ook de redactie – wat nemen we op en wat laten we er uit – gebeurde door groepen mannen. Maar voor een boek geschreven in zo’n patriarchale, door mannen gedomineerde, tijd en omgeving is het verrassend dat vrouwen vaak een veel meer cruciale rol spelen dan mannen.
Het is heel opvallend, dat telkens waar je in de bijbel de geschiedenis ziet doodlopen, dat daar vrouwen op het toneel verschijnen die als een deur naar een nieuwe toekomst fungeren. Opvallend is ook, dat de rol van de man nogal eens eerder is uitgespeeld, dan de rol van de vrouw. Met kerst nog redelijk vers in het geheugen weten we dat waar mannen menen de dienst uit te maken en de geschiedenis menen te bepalen dat er in dit cruciale moment van de heilsgeschiedenis geen man aan te pas komt.
Het gaat er nu niet om de mannen te declasseren en vrouwen als een betere soort mens neer te zetten. Maar af en toe denk je, denk ik: hoe zou het zijn al vrouwen de macht in de wereld hadden? Worden er dan andere beslissingen genomen? Oh, daar kun je eindeloos over filosoferen. Stef Bos heeft daar een mooi liedje over.

De avond was de ochtend
Ik werd wakker in de nacht
En alle dingen dansten voor m’n ogen
En ik zag

De wissel van de wacht
Vrouwen aan de macht

De regering was gevallen
Voor de wet van vrouw’lijk schoon
De generaal bracht alleen nog maar
De kinderen naar school

Geen vrouw achter de schermen meer
Geen man als marionet
De koningin had met gevoel
De koning mat gezet

Het was mooier dan ik dacht
Wat ik zag vanacht
De wissel van de wacht
Vrouwen aan de macht

Nee vrouwen zijn geen engelen
Dat hoor je niet van mij

Maar alles moet veranderen
En het wordt langzaam tijd…
Voor een…

Wissel van de macht
Vrouwen aan de macht
Dat is wat ik zag
In een droom vanacht
Ik zag de vrouwen aan de macht

En wat een mooie toekomst
Vrouwen aan de macht
Ze nemen ons uit eten
En ze betalen het gelag

Wij luisteren en lachen
Zij doen voor ons hun best
En ze maken carri?re
En ze sterven van de stress

Het is mooier dan ik dacht
Wat ik zag vannacht
De wissel van de wacht
Vrouwen aan de macht

Het boek Exodus zet in met zo’n omdraaiing. Meteen in het begin zijn het hier
‘vrome vrouwen’ in de oorspronkelijk betekenis van het woord vroom: dapper, onverschrokken; maar ook toegerust met een antenne om scherp te zien wat er aan de hand is en waar het uit de hand loopt in die door man en macht gedomineerde wereld.
En ook als we nu kijken naar waar we denken dat het vastloopt, vestigen we onze hoop op vrouwen: waar de Marokkaanse jongens ontsporen, zijn het de Marokkaanse meisjes die het patroon doorbreken. Of kijk naar Afrika, waar het de vrouwen zijn die continuïteit bieden en het beetje economie wat er is gaande houden. Niet voor niets zijn het vaak vrouwen die worden gesteund door Microkrediet.
Als God met de wereld een wissel overgaat, zijn er altijd dappere vrouwen in de buurt!
Zo was het ook in het oude Egypte. De machthebber, de farao maakt zich zorgen over het toenemende aantal allochtonen, vluchtelingen, vreemdelingen, immigranten in zijn land.
Wat was de situatie? Sinds Jozef zijn vader en zijn broers uit het door honger getroffen Israël naar Egypte had gehaald, waren er generaties verstreken. En die Israëlieten kregen veel kinderen. Ze kwamen hier met 70 man, en nu zijn het er 2 miljoen!
Gastarbeiders zijn leuk en handig, maar het moeten er niet te veel worden!
Want “als het volk Israël zich vermeerdert… en áls er zich dan misschien ooit oorlog voordoet… en áls zich dan dit volk voegt bij onze vijanden… en áls zij dan samen sterker zijn dan wij…” Dat was ongeveer de redenering van Farao, die hem leidde tot het bevel om de Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te laten verdrinken. Als, als, als… We herkennen de redenering. Maar al te goed. Het boek waaruit wij deze weken op weg naar Pasen lezen mag dan heel oud zijn, de demagogie die de Farao in zijn redenering ten toon spreidt is nog steeds precies dezelfde. Als, als, als… En met al die hypotheses speelt hij in op de angst van zijn mensen. Als er onrust komt in het land is het handig om een bevolkingsgroep te hebben op wie je de gevoelens van onbehagen kunt afwentelen. Wie de Auschwitz-herdenking op TV heeft gezien, heeft gehoord joe de overlevende ons waarschuwden dat Auschwitz niet uit de lucht is komen vallen, dat heel geleidelijk via kleine maatregelen het gif van racisme en haat werd toegediend en doorsijpelde in de maatschappij.
Hoe lang sijpelde het al voordat de farao de opdracht gaf aan de voedvrouwen: als er een Joods jongetje geboren wordt, moet je ‘m doodmaken!
Waar is het systeem van de Farao op gebaseerd? Waar is zijn enorme welvaart op gebaseerd? Ten koste van wat? Het valt op dat in het boek Exodus de Farao geen naam krijgt. Naamloze macht. Daarom valt het des te meer dat op wanneer je weet dat het tweede boek van Mozes in het Hebreeuws helemaal niet ‘Exodus’ heet, maar ‘dit zijn de namen’. Het boek van de namen. Het boek waarin de naam Mozes zo belangrijk zal zijn. Maar nog veel belangrijker: Het boek waarin God zichzelf voorstelt, waarin God zichzelf te kennen geeft als een God met een naam: Ik ben die ik ben, ik zal zijn die ik zijn zal. En in dat boek van de namen krijgt juist de Farao geen naam. Farao, dat is alleen maar zijn functie. Farao, dat is de top van de hiërarchie die zo kenmerkend is voor de geweldige organisatie van Egypte. Een brede basis, met daarboven opzichters – en daarboven weer chefs… en zo steeds smaller omhoog tot je uiteindelijk aan de top van de piramide bent – en daar staat de Farao. Het puntje van de macht in een piramide-samenleving. Maar zonder naam in het boek van de namen. Wie je bent, dat doet er in een land als Egypte eigenlijk niet toe. Jouw naam… jouw leven, jouw persoonlijkheid – ach, die is uiteindelijk niet interessant maar je gegevens komen wel terecht in een algoritme waar ofwel een staatsmacht ofwel grote bedrijven zich meester van maken. Belangrijk is het systeem… en jij bent belangrijk voorzover jij een plekje in dat systeem hebt. Een naamloze vennootschap – dat is Egypte – bekeken door het vergrootglas van Tora. Zijn wij Egypte? Waarin lijken wij op Egypte – dat is de vraag die uit Exodus op ons afkomt.
Oh ja, zo’n systeem als dat van Egypte is tot geweldig veel in staat. Maar – zo lijkt Israël te vragen – ten koste van wat. Wat is de prijs van de welvaartsmaatschappij? Wie is het kind van de rekening? De Hebreeuwse jongetjes worden in de Nijl geworpen… de symboliek is zonneklaar: de rivier die de levensader is van Egypte blijkt bij nader inzien een doodsrivier. De rijkdom van het land blijkt een vreselijke keerzijde te hebben. Helemaal onderaan die grote Egyptische piramide sterven de kinderen van de rekening. En weer stelt Tora grote vragen: Jouw rijkdom, Egypte, ten koste van wie is dat? Zijn wij Egypte – waar zijn wij Egypte – zo leren wij van Israël vragen.
Zo ontmaskert Exodus de Egyptische manier van leven. Maar dwars door dit verhaal van onrecht heen vertelt Tora vooral een ander verhaal. Het verhaal van deze vrouwen Sifra en Pua en in het vervolg voegen zich nog meer vrouwen bij hen, de moeder van Mozes (Jochebed) en zijn zuster (Mirjam), én nota bene de dochter van Farao. Vijf vrouwen die weet hebben van Pasen. Vijf vrouwen die dwars tegen het grootste onrecht in volhouden dat het anders is. Dat het anders kan. Zijn wij die vrouwen? Waar zijn wij als die vrouwen? Dat is de vraag die uit Exodus op ons afkomt.

Lied 1001

Lied 423