Dat komt wel

Met die dooddoener kalmeerde mijn altijd rustige vader zijn driftig springende zoontje. Riep ik ‘Dat moeten we nu gaan doen! Kom!’ dan antwoordde hij steevast ‘Ja, dat komt wel.’ Blijkbaar had ik dat toen ook al nodig.

Natuurlijk had hij meestal wel gelijk, maar je wist maar nooit of we niet toch een keer te laat zouden zijn, het hoogtepunt zouden missen, achter het net zouden vissen. Toen leed ik al aan het virus dat later de basis is geworden van onze mobiele telefoongekte. Maar ‘dat komt wel’ was ook zo’n uitdrukking in de sfeer van het kan vriezen en het kan dooien, we zullen wel zien. Kortom, de toekomst werd er mee op losse schroeven gezet.

In deze dagen word ik er weer aan herinnerd door staatssecretarissen die niets beloven rond het terugbetalen van onterecht teruggevorderde toeslagen. En niet te vergeten door toezeggingen van mevrouw Broekers-Knol over op orde brengen van ons vreemdelingenbeleid en over het onderbrengen van kinderen uit vluchtelingenkampen in Griekenland. Ik begreep dan ook heel goed de mensen die zeiden ‘we gaan ze halen’ ook al wist ik dat zo’n actie moest mislukken. Het zijn allemaal geen vrolijk stemmende waarnemingen en dan is er ook nog corona. Daarom ben ik zo blij dat er in deze bijzondere tijd nu eens sprake is van iets waarvan niet gezegd kan worden ‘Dat komt wel’, maar: “Het komt!”

Kees van Zijverden
NHD 11dec20