Wat bezielt...

Jaap webJaap Hoekstra.

In de rubriek ‘Wat bezielt…’ vertellen ‘gewone’ West-Friezen over hun geloof. Dit keer:  Jaap Hoekstra (65), na 42 jaar onderwijs nu gepensioneerd leerkracht basisonderwijs. Jaap werkt als vrijwilliger in de Librije (bestuurslid en gids), speelt een rol in ‘Van bonkaart tot persoonsbewijs’ (onderwijsproject van het Zuiderzeemuseum over de Tweede Wereldoorlog), is kerkenraadslid van de Protestantse Gemeente Enkhuizen, notulist bij de Stichting ‘21 mei 1572 Opstand ende Bevrijding’. Ook geeft hij, voorafgaand aan de Unicefloop, gastlessen voor Unicef. Jaap is vader van Ivar en Jelmar en oppasopa voor Isabel.

Waar geloof je in?

Ja, wat geloof ik eigenlijk. Vooral in het goede van de mens, ik denk dat dat de meest treffende samenvatting is. En ik denk dat ik dat God noem. Het is in elk geval totaal anders dan waar ik mee opgroeide. Ik kom uit een gereformeerd milieu. Mijn vader was niet kerkelijk, hij kwam via mijn moeder in aanraking met kerk en geloof. Hij overleed toen ik negen jaar was, dus van mijn moeder heb ik het meest meegekregen. Ook de keuze voor christelijk onderwijs: ik ging naar de School met den Bijbel, de Christelijke Mulo en later naar de Christelijke Kweekschool. Er was mijn woonplaats Heerenveen zelfs een openbare, maar dat was toen echt geen optie, dus het werd die in Sneek.

Het instituut ‘kerk’ vind ik belangrijk om door te geven aan wie na ons komen. Daar hoort bij dat ik mijn steentje bijdraag aan het werk in de kerk. Het was mijn stellige voornemen om vanaf mijn pensionering alleen nog dingen te doen die ik echt leuk vind. De kerkenraad viel daar niet meteen onder. Ik had er al eerder in gezeten, had ook al allerlei andere dingen gedaan in de kerk, maar had er daarna ook wat afstand van genomen. Maar nu ik er weer in zit, bevalt me dat prima, het is goed dat ik dit doe. Niet in het minst omdat het enorm verschilt met vroeger, toen ik nog naar de kerk móest en de ellenlange preek nog in drie delen was, met tussenzang en al. Die kerk bestaat allang niet meer.

Het instituut kerk is belangrijk voor mens en maatschappij. Er gebeuren zoveel mooie dingen: voor vluchtelingen, voor mensen die in de knel zitten, maar ook theatervoorstellingen met Kerst, om maar eens wat te noemen. In de kerkenraad kom ik met andere vormen van kerkzijn in aanraking. In de Protestantse Kerk zijn allerlei pioniersplekken waar nieuwe dingen uitgeprobeerd worden. Een dominee die mooie gesprekken voert met jongeren in de kroeg, een kloosterkerk waar vieren en wandelen samengaan – het zijn voor mij allemaal manieren van kerkzijn in deze tijd. Dat die openheid er vandaag de dag is, vind ik een weldaad.

In december werkte met genoegen mee aan Vonken, het kerstspektakel op het Zuiderkerkplein in Enkhuizen. Geweldig! Ik werd alleen al enthousiast van de gesprekken die vooraf, in de organisatie, gevoerd werden. Er deden meerdere kerken mee, maar ook allerlei verenigingen en organisaties. Naast  koorleden van allerlei leeftijden deden er ook heel veel jonge muzikanten mee. Er ontstond zo ook een hele prettige  samenwerking met  de mensen uit Andijk. Al met al was het een bijzonder mooie ervaring. Ook dat is kerkzijn – samen naar buiten, samen laten zien wat er allemaal te vinden is. Dat creatieve, theatrale spreekt me erg aan. En dan ook nog met kinderen en jongeren, dat is helemaal mijn ding. Zo kan het ook, zo kun je ook kerk zijn – dat was voor mij een hele ontdekking!

Welke rol speelt geloof in je leven?

Het is niet meer zo dat ik ‘iets’ met de kerk móet, het is nu een bewuste keuze. De kindernevendienst is een tijdlang een stok achter de deur geweest om nog te gaan. Als ik niet ging, had ik daar toch een beetje een schuldgevoel over. Tot iemand een keer opmerkte dat hij me gemist had op de zondagmorgen, en ik dacht: …maar heb ik wat gemist?! Dat was een bevrijding. Vanaf dat moment mócht ik en was het ‘moeten’ er vanaf. Geloven kan ook in de natuur, bij een wandeling, of gewoon thuis op je bank met een mooi boek. Geloof is er altijd, en nu op een mooie manier. Het is, soms bijna naadloos, verweven met mijn dagelijks leven.

Waar ik dat aan merk, is bijvoorbeeld mijn verontwaardiging over reclames voor hoogopgeleiden. Belachelijk: hoezo alleen voor hoogopgeleiden? Daarmee sluit je mensen uit, dat kun je niet maken. Dat kan ik niet rijmen met mijn geloofsovertuiging, het staat haaks op gelijke rechten voor iedereen. Die strijd tegen onrecht en armoede, daar maakt de kerk zich sterk voor en daar kan ik me helemaal in vinden.

De kerk moet zijn waar de mensen zijn. Ds. Rob Visser uit Amsterdam zei, in het kader van Vonken: ‘Hoe we mensen van buiten kunnen raken door het verhaal van binnen’. Dat is precies waar het om gaat. Die kerk moet de boer op. En dat gebeurt gelukkig ook: de diaconie van PG Enkhuizen is zeer actief, bijvoorbeeld voor mensen bij wie het leven even tegenzit, voor vluchtelingen, voor mensen die leven op de armoedegrens. Dat is waar de kerk voor staat. En dat is de kerk waar ik me thuis voel. In dit opzicht denk ik aan Herman Finkers, die het jaar 2015 zo mooi uitluidde met zijn conference. Hij heeft prachtige uitspraken, ik noem dat Finkeriaans: hij zegt alles, maar altijd met respect, zo wijs en zacht, zonder te kwetsen. Dat vind ik geweldig mooi.

Welk voorwerp drukt jouw geloof het beste uit?

Dat is een schilderij van Marius van Dokkum: dansje in de kerk. Te zien is een predikant op de preekstoel en kerkgangers in de banken, alles wat somber van kleur. En een meisje in het midden, uitgelicht, dat een dansje doet in de kerk. Dat staat voor mij symbool voor wat ik voel bij kerkzijn. Dat het licht mag zijn en vrolijk, en krachtig als het aankomt op onrecht. In Andijk is ’s zomers een tentoonstelling van de werken van Van Dokkum. Daar kom je zo blij vandaan, dat is echt een aanrader!

Wat is volgens jou het belangrijkste in het leven?

Dat zou je uit alles wat ik al gezegd heb, kunnen filteren. Ik vind het lastig om dat samen te vatten in één zin. Het draait om op een goede manier samenleven met je medemens. Met humor, want veel (moeilijke) dingen verdwijnen als sneeuw voor de zon met humor. Dat kan zelfs in de kerk!

Interview en fotograaf: Irene Versnel
Eerder verschenen in het NHD februari 2016